vrijdag 15 februari 2019

Ach, het is toch nooit goed

Ons zoontje gaat twee dagen per week naar de kinderopvang. Dat hadden we al geregeld voordat ik wist dat ik niet bij de uitgeverij kon blijven werken. Omdat je tot drie maanden nadat je je baan verliest recht houdt op de kinderopvangtoeslag kon ons zoontje voorlopig in ieder geval gewoon naar de opvang. Ik ben hard op zoek naar een nieuwe baan, zodat ik weer lekker aan de slag kan en ons zoontje bij de opvang kan blijven. Dat valt overigens nog niet mee… maar dat is weer een heel ander verhaal.

Meestal breng ik ons zoontje naar de opvang en haal ik hem ’s avonds ook weer op. Op die twee dagen zoek ik fanatiek naar vacatures, maak ik ons huis schoon en doe ik de boodschappen. Dat zorgt ervoor dat ik de andere dagen volop aandacht aan ons zoontje kan geven, lekker met hem kan gaan spelen en wandelen en kan wegduiken in een boek op de momenten dat hij slaapt.

Laatst ging ik ons zoontje weer ophalen bij de kinderopvang. Ik was wat later dan normaal, waardoor ons zoontje de een na laatste was die opgehaald werd. In principe mogen ouders tussen 17:00 en 18:00 uur hun kind(eren) ophalen. Sommige ouders zijn er al tegen half vijf. En als je na half zes komt, is bijna iedereen al opgehaald. Dat is in ieder geval op de dagen dat ons zoontje er is. Terwijl ik de spullen uit het bakje aan het halen was, kwam de vader van het laatste kindje dat er nog was binnen. Blijkbaar kwam hij niet vaak zijn kindje ophalen, want hij was nogal zoekende. Hij kon eerst de jas niet vinden. Die bleek gewoon in het bakje te liggen. Daarna wist hij niet precies wat hij allemaal mee naar huis moest nemen. Hij keek wat er allemaal in het bakje zat en vroeg aan de juf wat zijn vrouw meestal meenam. De juf gaf dat aan, waarna hij lachend zei: “Ach, het is toch nooit goed. Als ik dit nu allemaal meeneem, zegt ze dat ik het daar had moeten laten liggen. En als ik het niet meeneem, zegt ze juist dat ik het allemaal mee moet nemen.” De juf en ik keken elkaar lachend aan en zeiden: “Ja, zo zijn wij vrouwen wel.” Hij mocht de juf de schuld geven als het niet goed was, want zij had bij bepaalde spulletjes gezegd dat hij ze maar mee moest nemen.

Terwijl die vader verder inpakte, dacht ik eraan dat mannen het soms wel zwaar hebben met ons vrouwen. Andersom natuurlijk ook. Wij vrouwen willen alle touwtjes in handen houden, zeker als het om ons kind of onze kinderen gaat. We weten heus wel dat de vader het ook allemaal kan, maar ergens kunnen we het niet altijd zomaar loslaten. De ene vrouw zal dat minder hebben dan de andere. Hoe ouder je kind is of je kinderen zijn, hoe gemakkelijker het waarschijnlijk allemaal gaat. Als ik eens een avondje weg ben (al is het maar een uurtje naar de yogales), dan geef ik mijn man graag tips waar hij toch nog even op moet letten… terwijl ik weet dat hij het ook allemaal weet. Gelukkig kent mijn man me goed en is hij dit inmiddels van mij gewend. Hij laat me gewoon praten en zegt dan: “Het komt allemaal wel goed, schatje.”

vrijdag 8 februari 2019

Borst- of flesvoeding

Iedere zwangere vrouw krijgt te maken met de vraag: ga je borst- of flesvoeding geven? Voor de een is deze vraag gemakkelijker te beantwoorden dan voor de ander. Ook kan het natuurlijk voorkomen dat je graag borstvoeding zou willen geven, maar dat het om de een of andere reden niet kan of niet lukt. Beide vormen van voeding geven zijn goed.

Je leest en hoort overal wel dat borstvoeding tijdens de eerste zes maanden dé beste voeding is. Het bevat voedingsstoffen, het beschermt je kindje tegen ziekten, het zorgt voor een goede band tussen moeder en kind… en zo zijn er nog veel meer voordelen op te noemen.

Natuurlijk is het geweldig als het je lukt om borstvoeding te geven. Moeder Natuur heeft dat toch maar mooi bedacht. Maar is het nu nodig om moeders die dit niet kunnen of willen het gevoel te geven dat ze hun kindje niet het allerbeste gunnen?? En nee, ik wil daar niet mee zeggen dat alle moeders zo zijn. Maar ik heb toch al een aantal boze blikken of vervelende reacties gekregen als ik mijn zoontje in het openbaar een flesje gaf. Het ergste vind ik dan nog als mensen achter je rug om er negatief over praten, maar dan wel nét hard genoeg praten dat je het kunt horen. Bijna hele betogen waarom borstvoeding zoveel beter is dan flesvoeding en waarom elke vrouw borstvoeding zou moeten geven. Beseffen die mensen wel dat sommige vrouwen graag borstvoeding zouden willen geven maar dat het soms simpelweg niet lukt of dat er een bepaalde reden kan zijn waarom er voor flesvoeding is gekozen. Het zou zo fijn zijn als mensen bepaalde vooroordelen gewoon voor zichzelf hielden. Dat geldt overigens niet alleen in dit geval…

Borstvoeding of flesvoeding… welke vorm je ook kiest, je hebt gewoon het beste voor met je kindje. En dat is het allerbelangrijkste!

woensdag 6 februari 2019

Eén jaar later…


6 februari 2018. Mijn vader ligt al een paar dagen in het ziekenhuis. Hij heeft enkele onderzoeken gehad en krijgt vandaag de uitslag. Mijn moeder en mijn oudste zus zijn daarbij. Mijn andere zus is hoogzwanger thuis en ik ben aan het werk. We zijn allemaal bezig met die ene vraag: “Wat is er met papa aan de hand?” Het exacte antwoord op die vraag krijgen we die dag nog niet. We krijgen alleen te horen dat er iets niet goed zit…

6 februari 2019. Mijn moeder is aan het oppassen. Mijn zussen zijn allebei aan het werk. Mijn zoontje is een extra dagje naar de opvang, terwijl ik naarstig op zoek ben naar een baan (en vooral afwijzingen in mijn mailbox ontvang). En mijn vader? Het is inmiddels bijna acht maanden geleden dat hij is overleden. Wat is er veel veranderd in één jaar tijd.

Het leven is na het overlijden van mijn vader doorgegaan. Dat hoort zo. En ergens heb ik wel eens het gevoel dat ik stil ben blijven staan. Dat is niet zo, maar het voelt soms wel zo. Ik ben niet meer dezelfde persoon als eerst. Mijn vader is er niet meer… en dat voelt af en toe nog heel onwerkelijk. Ook al zeg ik tegenwoordig dat ik even naar mijn moeder ga. Ook al verwacht ik niet iedere keer meer dat mijn vader de trap afkomt als ik op bezoek ben. Ook al weet ik dat hij er niet meer is. Het neemt niet weg dat ik het soms nog niet helemaal bevat. Hoe kan hij er nu niet meer zijn? Hoe kan het nu dat ik nooit meer met hem kan praten? Hoe kan het nu dat ik nooit meer advies aan hem kan vragen? Hoe kan het nu dat hij ons zoontje nooit heeft mogen ontmoeten? Het voelt soms zo oneerlijk…


Ik mis je, papa.