woensdag 30 december 2020

Terugblik 2020

Tja... daar zijn we dan, bijna aan het einde van 2020. Het jaar waarin alles anders werd... dat is toch wel de omschrijving die het beste bij dit jaar past.

Covid-19 gooide veel roet in het eten en heeft de hele wereld in zijn ban. Daarnaast bracht het ons als het ware terug naar de basis. Je werd aangewezen op jezelf, je eigen familie en je eigen woonplek. Dat was de ene keer gemakkelijker dan de andere keer. Voorlopig zijn we nog niet af van dit vervelende virus. Laten we hopen dat we in het nieuwe jaar weer wat meer terug kunnen naar "het oude normaal".

Voor mij persoonlijk was 2020 het jaar waarin...

-          ons zoontje zelf leerde lopen (en daar waren mijn man en ik allebei bij);
-          ik het recordaantal van 225 boeken las;
-          ik tijdens de eerste lockdown helaas wat kilo’s aankwam;
-          ik inmiddels ruim 11 kg ben afgevallen (en nog meer hoop af te vallen);
-          ik het emotie-eten iets beter de baas werd (maar het zal altijd een valkuil voor me blijven);
-          mijn man en ik regelmatig elkaar hebben ingemaakt met Carcasonne, Kolonisten van Catan en Qwirkle;
-          ik steeds vaker ging wandelen;
-          ik regelmatig 10.000 stappen per dag zette;
-          ons zoontje steeds beter begon te praten en te zingen;
-          mijn man en ik het dansje van 'Feestlied' van de Sprookjesboom leerden;
-          ik nog steeds enorm blij ben dat ik moeder ben;
-          ik het moederschap op sommige dagen nog steeds pittig kon vinden;
-          ons zoontje zijn eigen willetje aan het ontdekken is (en dat is leuk én zwaar tegelijkertijd ;-));
-          ik meer thuis heb gewerkt dan op kantoor;
-          ik regelmatig naar familieleden of vrienden een kaartje via de post verstuurde;
-          mijn man en ik meer kerstfilms dan ooit in één jaar hebben gekeken;
-          ik geregeld met een traan of een lach aan mijn vader en mijn schoonvader terugdacht.

Ik wens jullie een fijne jaarwisseling en een mooi en gezond 2021 toe!


donderdag 29 oktober 2020

Praten over gemis

Heel soms denk ik dat het niet waar is.
Heel soms denk ik dat het een hele nare nachtmerrie was. 

Op die momenten denk ik dat mijn vader er nog gewoon is. Dat hij de telefoon opneemt als ik naar de huistelefoon van mijn ouders bel, dat hij op zijn kamer achter de computer bezig is met stamboomonderzoek, dat hij hét advies kan geven voor een klusje in ons huis… en dat hij toch zijn jongste kleinzoon mag ontmoeten en zien opgroeien.

Op die momenten komt het besef extra hard binnen dat mijn vader er niet meer is.

Ik denk nog vaak aan mijn vader. Aan hoe hij was, wat hij deed, hoe hij kon mopperen op zijn manier, hoe hij kon lachen, wat voor trotse vader en opa hij was… Het gemis wordt niet minder, maar het wordt anders. De pijn rondom het gemis lijkt iets minder te worden. Wat had ik hem graag nog op bij ons gehad.

De laatste tijd praat ik minder over mijn vader met bijvoorbeeld vrienden dan ik soms zou willen. Niet dat ik nu telkens over hem en het bijbehorende gemis wil praten, maar ik heb wel momenten dat ik hem enorm mis als ik vrienden zie en er dan niet over durf te beginnen. Ik vul dit dan volledig voor de ander in dat diegene daar vast niet op zit te wachten, maar ik weet ook niet altijd hoe ik erover moet beginnen.

Het meeste praat ik erover met mijn man en mijn moeder. Ik vind het heel fijn om verhalen over vroeger te horen, maar ook over hoe de laatste maanden van mijn ouders samen waren. Als ik bij mijn moeder ben, vind ik het nooit moeilijk om over mijn vader te beginnen. Zelfs als we het over iets heel alledaags hebben, kan ik ineens iets over papa vragen. Dat vind ik dan wel heel logisch.

Rouwen, rouwverwerking, iemand enorm missen… dat is iets wat je pas leert als je ermee te maken krijgt. Je kunt je indenken hoe het zou kunnen zijn, maar als het je overkomt weet je pas echt hoe het is. Dat betekent overigens niet dat je het er niet over hoeft te hebben. In mijn geval moet ik echt leren om het er ook nu nog met vrienden over te hebben. Zij kunnen meestal niet zien aan mij als ik het er moeilijk mee heb. Het is allemaal ook een soort leerproces…

toen ik jou zag sterven
stierf ik een stukje met je mee
en met jou ging ook een deel
van mij voorgoed verloren

(uit het gedicht: ‘Toen ik je zag sterven’; uit de dichtbundel ‘Of weet je alles al’)


woensdag 8 juli 2020

Het ouderschap

Wat is het toch gemakkelijk om vanaf de zijlijn over anderen te oordelen. Dat kan op allerlei vlakken zijn, maar in dit geval doel ik op het ouderschap. Als je een kind iets ziet of hoort doen, denk je al gauw: “Maar dat zou ik zus of zo doen!” Laten we eerlijk wezen: iedereen heeft dit zeker wel eens één keer gedacht of misschien zelfs hardop gezegd. En sommige adviezen zijn zeker ook handig, dat moeten we natuurlijk ook niet vergeten.

Voordat ik moeder mocht worden, had ik ook wel eens mijn mening klaar over ouders, kinderen en opvoeden. Regelmatig dacht ik: “Als ik ooit moeder mag worden, dan zou ik X nooit doen.” De beste stuurlui staan immers aan wal... nietwaar?! Sommige zaken besef je pas echt wanneer je moeder bent. Dat zijn hele mooie dingen zoals de onvoorwaardelijke liefde voor je kind(eren), maar ook mindere zaken zoals het slaaptekort als je kindje overprikkeld of ziek is.

Sinds ik moeder ben (van het allerliefste jongetje van de wereld ;-)), heb ik al vaak gemerkt dat alles niet zo vanzelfsprekend is als je had verwacht en dat je terugkomt van eerdere gedachten. Iedere ouder doet in principe op zijn of haar manier wat het beste voor hun kind(eren) is. Je hebt het beste met je kind(eren) voor, je gunt ze de hele wereld, maar je bent ook maar een mens. Dus ja... je wordt wel eens boos op je kind als je dat niet zou willen, je geeft wel eens toe aan iets dat je niet zou moeten doen en je bent gewoon wel eens moe (en slaap is echt heilig).

Vaders en moeders, steun elkaar! Geef een andere vader of moeder eens een bemoedigend knikje als je ziet dat andermans kind een kleine scène schopt, help een handje als het kan en laat blijken dat je respect hebt voor elkaar. We doen ons best om lieve, welopgevoede kinderen op deze wereld te zetten. Dat gaat met ups en downs, maar dat ervaart iedere ouder. Dat weten we allemaal en dat mogen we best wel eens laten blijken naar elkaar toe.

Waar loop jij wel eens tegenaan als ouder? En wat heb jij als ouder wel gedaan wat je gedacht had nooit te gaan doen?

zondag 3 mei 2020

Oooooo...pa

Ons kleine mannetje begint steeds meer woordjes te zeggen en steeds meer te brabbelen. Eén van zijn favoriete woordjes van dit moment is "opa". Het komt regelmatig voor dat hij 's ochtends wakker wordt en "opa" roept. Zo schattig om te horen!

Ons zoontje heeft geen opa's meer. Zijn ene opa overleed een paar weken voor zijn geboorte, zijn andere een paar weken erna. Wij hebben foto's van zijn opa's in huis staan en we vertellen hem over zijn opa's, maar als hij "opa" roept bedoelt hij nu zijn oma's. De -p schijnt gemakkelijker te zijn om te zeggen dan de -m, heb ik me laten vertellen. De meeste kinderen zeggen eerst papa en dan pas mama, en eerst opa en dan pas oma. Ons zoontje kan overigens wel "oma" zeggen, maar voor nu noemt hij zijn oma's gewoon "opa". We blijven oefenen ;-).

Laatst kreeg ik in korte tijd meerdere keren de vraag of het niet confronterend was om telkens "opa" te horen. Dat vind ik eigenlijk niet. Natuurlijk had ik mijn vader en mijn schoonvader er heel graag bij gehad toen hij voor de eerste keer "opa" zei. Ze hadden het allebei geweldig gevonden dat hun kleinzoon stug "opa" blijft zeggen; dat hij zelfs zijn oma's aanwijst en dan trots zegt dat dat opa is.

Ik houd me eraan vast dat ze het vanaf hun plekje kunnen zien - waar ze nu ook zijn - en er samen hartelijk om kunnen lachen. Ik weet niet of er iets is tussen hemel en aarde, maar ik vind het een fijne gedachte dat mijn vader en mijn schoonvader ons een beetje in de gaten houden. Het is mooi om te zien dat ze allebei een klein beetje doorleven in ons zoontje. Ik herken wel eens een blik van mijn vader in hem en ik zie dat hij net zo gemakkelijk bruin wordt van de zon zoals mijn schoonvader. En dat is fijn...

donderdag 19 maart 2020

Onwerkelijk

Maandagavond 16 maart.
Een groot deel van de Nederlandse bevolking zit om 19:00 uur voor de buis. De reden? Onze minister-president Mark Rutte spreekt het land toe vanwege het coronavirus. Voor het eerst sinds de oliecrisis in 1973 richtte de premier in een live uitgezonden tv-toespraak het woord rechtstreeks tot de Nederlanders. Een unieke gebeurtenis. Mijn man en ik zaten ook voor de televisie om te luisteren wat er verteld zou werden… en precies op dat moment besloot ons zoontje zelf te gaan staan, voor zichzelf te applaudisseren dat het gelukt was én zette voorzichtig een eerste stapje los. Wij hebben op een later moment de speech teruggekeken (die ik overigens inspirerend vond); op het moment suprême keken wij hoe ons zoontje keer op keer van zitten naar staan ging.

Dinsdagochtend 17 maart.
Terwijl mijn man aan het thuiswerken is, wandel ik met ons zoontje naar het centrum van ons dorp om wat boodschappen te doen. Vrijwel overal zie je bordjes of briefjes hangen met maatregelen vanwege het coronavirus. Horecagelegenheden zijn dicht of alleen open voor afhalen; bakkers, slagers en andere kleine bedrijven laten maximaal drie mensen tegelijkertijd binnen; in supermarkten staan markeringen om 1,5 meter afstand te houden; kerkdiensten zijn voorlopig afgelast… en zo kun je nog wel even doorgaan.

Tegelijkertijd merk je verschil. De schappen in supermarkten zijn leger dan normaal, met name houdbare producten en toiletpapier. Ik weet eigenlijk nog steeds niet precies waarom er zoveel toiletpapier wordt gehamsterd, maar dat terzijde… Schoolpleinen zijn leeg en stil, terwijl je daar in de schoolpauzes normaal kinderen ziet en hoort spelen. Mensen lopen met een boogje om je heen als ze je tegenkomen. Mensen proberen afstand te houden van elkaar. Mensen gaan niet meer bij elkaar op bezoek. Mensen werken als dat kan thuis. De sociale onthouding lijkt veelal in acht te worden genomen.

Dinsdagavond 17 maart.
Mijn man en ik proberen een ritme te vinden in het werken en het zorgen voor ons zoontje. We werken afwisselend van elkaar, zodat de een goed kan werken en de ander gezellig met ons zoontje bezig kan zijn. Doordat je op dit moment vooral op elkaar bent aangewezen, lijkt het wel alsof je zaken meer bewuster meemaakt. Zo besloot ons zoontje deze dinsdagavond dat het echt tijd was geworden om zelf te gaan stappen. Aan één hand lopen deed hij al lange tijd, maar zelf lopen hoefde van hem niet. Deze avond ging hij staan en zette hij een paar stapjes richting zijn vader. Daarna beleefde hij veel plezier om van zijn vader naar zijn moeder te lopen en weer terug. Hij waggelde lekker rond en klapte af en toe luid voor zichzelf. Zo mooi om te zien!

De situatie waarin wij nu leven, komt soms onwerkelijk over. Je kunt nu niet gezellig een hapje gaan eten en daarna naar het theater. Of even een uurtje sporten in de sportschool. Of uitgebreid je verjaardag vieren. Er heerst een virus waar mensen heel ziek van worden, waar mensen aan kunnen overlijden en waar mensen van kunnen genezen. Als er op 1 januari van dit jaar was gezegd dat we er in maart zo bij zouden zitten, had haast niemand het geloofd. We weten niet hoe lang dit gaat duren en we weten niet wat ons nog te wachten staat. Laten we er gewoon zijn voor elkaar en een beetje extra op elkaar letten.



dinsdag 10 maart 2020

Praten over rouwen

De laatste tijd heb ik een aantal boeken over rouwen gelezen. Het is fijn om te lezen dat ik bepaalde zaken bij rouwverwerking niet als enige ervaar. Ook al is elk rouwproces uniek, ik denk dat er op sommige punten wel overeenkomsten zijn.

Het lezen van die boeken heeft me aan het denken gezet. Ik merk de laatste weken dat ik meer over mijn vader wil praten en over het leven zonder vader en over het rouwen. Ik merk ook dat ik mijn familie en vrienden daar niet mee lastig wil vallen. Soms zelfs mijn eigen man niet. Dat lastigvallen is overigens een term die ik er zelf aan gehangen heb. Het is niet zo dat iemand dat wel eens tegen mij gezegd heeft. Hoe begin je tegenover iemand over je overleden vader? Of over hoe het voelt om je vader te moeten missen? Of hoe die week tussen het overlijden en de uitvaart was? Of hoe het allerlaatste goede gesprek met je vader was? Of hoe pijnlijk het is om je vader te moeten zien lijden? Of… Je wil niet continu in herhaling vallen, maar wat is het soms fijn om te kunnen vertellen hoe dat allemaal was en hoe ik me daarbij voelde. Het helpt echt in de verwerking ervan; hoe gek dat misschien ook klinkt.

Het leven is doorgegaan en dat hoort zo. Maar het leven is voor mij niet meer hetzelfde. Ik ben niet meer dezelfde persoon als eerst. Voor mijn gevoel is er een klein stukje van mij “meegestorven” toen mijn vader overleed. Dat klinkt waarschijnlijk dramatischer dan het is. Ik mis mijn vader, elke dag. En ik vind dit tweede jaar moeilijker dan het eerste jaar. Tegelijkertijd ben ik er wel minder mee bezig. Als ik er echter bewust aan denk dat mijn vader er niet meer is, komt de pijn en het gemis extra hard binnen. Wat had ik graag nog meer tijd met mijn vader gehad…