donderdag 19 maart 2020

Onwerkelijk

Maandagavond 16 maart.
Een groot deel van de Nederlandse bevolking zit om 19:00 uur voor de buis. De reden? Onze minister-president Mark Rutte spreekt het land toe vanwege het coronavirus. Voor het eerst sinds de oliecrisis in 1973 richtte de premier in een live uitgezonden tv-toespraak het woord rechtstreeks tot de Nederlanders. Een unieke gebeurtenis. Mijn man en ik zaten ook voor de televisie om te luisteren wat er verteld zou werden… en precies op dat moment besloot ons zoontje zelf te gaan staan, voor zichzelf te applaudisseren dat het gelukt was én zette voorzichtig een eerste stapje los. Wij hebben op een later moment de speech teruggekeken (die ik overigens inspirerend vond); op het moment suprême keken wij hoe ons zoontje keer op keer van zitten naar staan ging.

Dinsdagochtend 17 maart.
Terwijl mijn man aan het thuiswerken is, wandel ik met ons zoontje naar het centrum van ons dorp om wat boodschappen te doen. Vrijwel overal zie je bordjes of briefjes hangen met maatregelen vanwege het coronavirus. Horecagelegenheden zijn dicht of alleen open voor afhalen; bakkers, slagers en andere kleine bedrijven laten maximaal drie mensen tegelijkertijd binnen; in supermarkten staan markeringen om 1,5 meter afstand te houden; kerkdiensten zijn voorlopig afgelast… en zo kun je nog wel even doorgaan.

Tegelijkertijd merk je verschil. De schappen in supermarkten zijn leger dan normaal, met name houdbare producten en toiletpapier. Ik weet eigenlijk nog steeds niet precies waarom er zoveel toiletpapier wordt gehamsterd, maar dat terzijde… Schoolpleinen zijn leeg en stil, terwijl je daar in de schoolpauzes normaal kinderen ziet en hoort spelen. Mensen lopen met een boogje om je heen als ze je tegenkomen. Mensen proberen afstand te houden van elkaar. Mensen gaan niet meer bij elkaar op bezoek. Mensen werken als dat kan thuis. De sociale onthouding lijkt veelal in acht te worden genomen.

Dinsdagavond 17 maart.
Mijn man en ik proberen een ritme te vinden in het werken en het zorgen voor ons zoontje. We werken afwisselend van elkaar, zodat de een goed kan werken en de ander gezellig met ons zoontje bezig kan zijn. Doordat je op dit moment vooral op elkaar bent aangewezen, lijkt het wel alsof je zaken meer bewuster meemaakt. Zo besloot ons zoontje deze dinsdagavond dat het echt tijd was geworden om zelf te gaan stappen. Aan één hand lopen deed hij al lange tijd, maar zelf lopen hoefde van hem niet. Deze avond ging hij staan en zette hij een paar stapjes richting zijn vader. Daarna beleefde hij veel plezier om van zijn vader naar zijn moeder te lopen en weer terug. Hij waggelde lekker rond en klapte af en toe luid voor zichzelf. Zo mooi om te zien!

De situatie waarin wij nu leven, komt soms onwerkelijk over. Je kunt nu niet gezellig een hapje gaan eten en daarna naar het theater. Of even een uurtje sporten in de sportschool. Of uitgebreid je verjaardag vieren. Er heerst een virus waar mensen heel ziek van worden, waar mensen aan kunnen overlijden en waar mensen van kunnen genezen. Als er op 1 januari van dit jaar was gezegd dat we er in maart zo bij zouden zitten, had haast niemand het geloofd. We weten niet hoe lang dit gaat duren en we weten niet wat ons nog te wachten staat. Laten we er gewoon zijn voor elkaar en een beetje extra op elkaar letten.



dinsdag 10 maart 2020

Praten over rouwen

De laatste tijd heb ik een aantal boeken over rouwen gelezen. Het is fijn om te lezen dat ik bepaalde zaken bij rouwverwerking niet als enige ervaar. Ook al is elk rouwproces uniek, ik denk dat er op sommige punten wel overeenkomsten zijn.

Het lezen van die boeken heeft me aan het denken gezet. Ik merk de laatste weken dat ik meer over mijn vader wil praten en over het leven zonder vader en over het rouwen. Ik merk ook dat ik mijn familie en vrienden daar niet mee lastig wil vallen. Soms zelfs mijn eigen man niet. Dat lastigvallen is overigens een term die ik er zelf aan gehangen heb. Het is niet zo dat iemand dat wel eens tegen mij gezegd heeft. Hoe begin je tegenover iemand over je overleden vader? Of over hoe het voelt om je vader te moeten missen? Of hoe die week tussen het overlijden en de uitvaart was? Of hoe het allerlaatste goede gesprek met je vader was? Of hoe pijnlijk het is om je vader te moeten zien lijden? Of… Je wil niet continu in herhaling vallen, maar wat is het soms fijn om te kunnen vertellen hoe dat allemaal was en hoe ik me daarbij voelde. Het helpt echt in de verwerking ervan; hoe gek dat misschien ook klinkt.

Het leven is doorgegaan en dat hoort zo. Maar het leven is voor mij niet meer hetzelfde. Ik ben niet meer dezelfde persoon als eerst. Voor mijn gevoel is er een klein stukje van mij “meegestorven” toen mijn vader overleed. Dat klinkt waarschijnlijk dramatischer dan het is. Ik mis mijn vader, elke dag. En ik vind dit tweede jaar moeilijker dan het eerste jaar. Tegelijkertijd ben ik er wel minder mee bezig. Als ik er echter bewust aan denk dat mijn vader er niet meer is, komt de pijn en het gemis extra hard binnen. Wat had ik graag nog meer tijd met mijn vader gehad…