maandag 18 februari 2019

Herinneringen ophalen

Op de meest vreemde momenten denk ik ineens aan mijn vader. Hij is altijd wel ergens in mijn gedachten, maar soms ben ik iets aan het doen en dan komt een bepaalde herinnering ineens naar boven. Zo had ik laatst ons zoontje op bed gelegd en terwijl ik naar beneden liep, hoorde ik mijn vader lachend zeggen: “Mooie kinderkamer hebben jullie uitgezocht. Wat heb je van onze bijdrage kunnen kopen? Alleen een plankje voor boven de commode of toch iets meer?” We lieten vorig jaar aan mijn ouders in een boekje zien welke kinderkamer we uitgekozen hadden. Daarna maakte papa die opmerking, zoals alleen hij dat kon. Hij heeft de kamer jammer genoeg niet meer in het echt kunnen zien. Hij was op dat moment te zwak om nog naar ons toe te komen. Een van zijn schilderijen heeft wel een bijzondere plek op die kamer gekregen.

Een ander moment was vorige week toen een vriend bij ons was komen eten. Op een gegeven moment hadden we het over mijn (enorme) boekenverzameling. Toen mijn man en ik naar ons huidige huis gingen verhuizen, had die vriend op de verhuisdag geholpen. Ik had op dat moment nog heel veel boeken bij mijn ouders staan. We besloten die ook meteen naar ons huis te brengen. Dat hadden we alleen niet van tevoren tegen die vriend gezegd. Vanaf de zolder bij mijn ouders gingen de boekendozen eerst helemaal naar beneden, waarna ze in ons huis weer helemaal naar zolder moesten. Mijn vader keek lachend naar ons, terwijl we aan het sjouwen waren. Hij zei tegen onze vriend: “Ja, ze heeft een hoop verzameld in de afgelopen jaren.” Hierna zei onze vriend: “Ze had alleen niet verteld dat we dit ook gingen verhuizen vandaag,” waarna mijn vader zei: “Dat had ik ook niet gedaan.” Ik hoor het mijn vader zo zeggen.

Het is fijn om aan mooie en leuke momenten van mijn vader terug te denken. Je hoeft van overleden mensen geen heilige of iets dergelijks te maken, maar je hoeft ze ook niet de grond in te stampen. Dat hebben mijn ouders regelmatig tegen elkaar gezegd. En dat is ook zo. Mijn vader was niet perfect, maar hij was voor mij wel de perfecte vader. Streng doch rechtvaardig, altijd voor ons klaarstaan, nooit te beroerd om iets voor ons te doen en altijd bereid om zijn kennis met ons te delen. Ik denk nu regelmatig aan de periode dat hij ziek was, maar nog vaker aan de periode daarvoor. Mijn vader was namelijk meer dan alleen zijn ziekte. Wat blijft het soms nog onwerkelijk dat hij er echt niet meer is. Dat gevoel zal vast gaan slijten. Heel af en toe droom ik dat hij er nog is. Uit zo’n droom word ik altijd erg verdrietig wakker. Die dromen zullen ooit wel minder vaak voorkomen. In die dromen laat ik mijn vader in ieder geval vol trots zijn jongste kleinzoon zien.

vrijdag 15 februari 2019

Ach, het is toch nooit goed

Ons zoontje gaat twee dagen per week naar de kinderopvang. Dat hadden we al geregeld voordat ik wist dat ik niet bij de uitgeverij kon blijven werken. Omdat je tot drie maanden nadat je je baan verliest recht houdt op de kinderopvangtoeslag kon ons zoontje voorlopig in ieder geval gewoon naar de opvang. Ik ben hard op zoek naar een nieuwe baan, zodat ik weer lekker aan de slag kan en ons zoontje bij de opvang kan blijven. Dat valt overigens nog niet mee… maar dat is weer een heel ander verhaal.

Meestal breng ik ons zoontje naar de opvang en haal ik hem ’s avonds ook weer op. Op die twee dagen zoek ik fanatiek naar vacatures, maak ik ons huis schoon en doe ik de boodschappen. Dat zorgt ervoor dat ik de andere dagen volop aandacht aan ons zoontje kan geven, lekker met hem kan gaan spelen en wandelen en kan wegduiken in een boek op de momenten dat hij slaapt.

Laatst ging ik ons zoontje weer ophalen bij de kinderopvang. Ik was wat later dan normaal, waardoor ons zoontje de een na laatste was die opgehaald werd. In principe mogen ouders tussen 17:00 en 18:00 uur hun kind(eren) ophalen. Sommige ouders zijn er al tegen half vijf. En als je na half zes komt, is bijna iedereen al opgehaald. Dat is in ieder geval op de dagen dat ons zoontje er is. Terwijl ik de spullen uit het bakje aan het halen was, kwam de vader van het laatste kindje dat er nog was binnen. Blijkbaar kwam hij niet vaak zijn kindje ophalen, want hij was nogal zoekende. Hij kon eerst de jas niet vinden. Die bleek gewoon in het bakje te liggen. Daarna wist hij niet precies wat hij allemaal mee naar huis moest nemen. Hij keek wat er allemaal in het bakje zat en vroeg aan de juf wat zijn vrouw meestal meenam. De juf gaf dat aan, waarna hij lachend zei: “Ach, het is toch nooit goed. Als ik dit nu allemaal meeneem, zegt ze dat ik het daar had moeten laten liggen. En als ik het niet meeneem, zegt ze juist dat ik het allemaal mee moet nemen.” De juf en ik keken elkaar lachend aan en zeiden: “Ja, zo zijn wij vrouwen wel.” Hij mocht de juf de schuld geven als het niet goed was, want zij had bij bepaalde spulletjes gezegd dat hij ze maar mee moest nemen.

Terwijl die vader verder inpakte, dacht ik eraan dat mannen het soms wel zwaar hebben met ons vrouwen. Andersom natuurlijk ook. Wij vrouwen willen alle touwtjes in handen houden, zeker als het om ons kind of onze kinderen gaat. We weten heus wel dat de vader het ook allemaal kan, maar ergens kunnen we het niet altijd zomaar loslaten. De ene vrouw zal dat minder hebben dan de andere. Hoe ouder je kind is of je kinderen zijn, hoe gemakkelijker het waarschijnlijk allemaal gaat. Als ik eens een avondje weg ben (al is het maar een uurtje naar de yogales), dan geef ik mijn man graag tips waar hij toch nog even op moet letten… terwijl ik weet dat hij het ook allemaal weet. Gelukkig kent mijn man me goed en is hij dit inmiddels van mij gewend. Hij laat me gewoon praten en zegt dan: “Het komt allemaal wel goed, schatje.”

vrijdag 8 februari 2019

Borst- of flesvoeding

Iedere zwangere vrouw krijgt te maken met de vraag: ga je borst- of flesvoeding geven? Voor de een is deze vraag gemakkelijker te beantwoorden dan voor de ander. Ook kan het natuurlijk voorkomen dat je graag borstvoeding zou willen geven, maar dat het om de een of andere reden niet kan of niet lukt. Beide vormen van voeding geven zijn goed.

Je leest en hoort overal wel dat borstvoeding tijdens de eerste zes maanden dé beste voeding is. Het bevat voedingsstoffen, het beschermt je kindje tegen ziekten, het zorgt voor een goede band tussen moeder en kind… en zo zijn er nog veel meer voordelen op te noemen.

Natuurlijk is het geweldig als het je lukt om borstvoeding te geven. Moeder Natuur heeft dat toch maar mooi bedacht. Maar is het nu nodig om moeders die dit niet kunnen of willen het gevoel te geven dat ze hun kindje niet het allerbeste gunnen?? En nee, ik wil daar niet mee zeggen dat alle moeders zo zijn. Maar ik heb toch al een aantal boze blikken of vervelende reacties gekregen als ik mijn zoontje in het openbaar een flesje gaf. Het ergste vind ik dan nog als mensen achter je rug om er negatief over praten, maar dan wel nét hard genoeg praten dat je het kunt horen. Bijna hele betogen waarom borstvoeding zoveel beter is dan flesvoeding en waarom elke vrouw borstvoeding zou moeten geven. Beseffen die mensen wel dat sommige vrouwen graag borstvoeding zouden willen geven maar dat het soms simpelweg niet lukt of dat er een bepaalde reden kan zijn waarom er voor flesvoeding is gekozen. Het zou zo fijn zijn als mensen bepaalde vooroordelen gewoon voor zichzelf hielden. Dat geldt overigens niet alleen in dit geval…

Borstvoeding of flesvoeding… welke vorm je ook kiest, je hebt gewoon het beste voor met je kindje. En dat is het allerbelangrijkste!