Een ander moment was vorige week toen een vriend bij ons was komen eten. Op een gegeven moment hadden we het over mijn (enorme) boekenverzameling. Toen mijn man en ik naar ons huidige huis gingen verhuizen, had die vriend op de verhuisdag geholpen. Ik had op dat moment nog heel veel boeken bij mijn ouders staan. We besloten die ook meteen naar ons huis te brengen. Dat hadden we alleen niet van tevoren tegen die vriend gezegd. Vanaf de zolder bij mijn ouders gingen de boekendozen eerst helemaal naar beneden, waarna ze in ons huis weer helemaal naar zolder moesten. Mijn vader keek lachend naar ons, terwijl we aan het sjouwen waren. Hij zei tegen onze vriend: “Ja, ze heeft een hoop verzameld in de afgelopen jaren.” Hierna zei onze vriend: “Ze had alleen niet verteld dat we dit ook gingen verhuizen vandaag,” waarna mijn vader zei: “Dat had ik ook niet gedaan.” Ik hoor het mijn vader zo zeggen.Het is fijn om aan mooie en leuke momenten van mijn vader terug te denken. Je hoeft van overleden mensen geen heilige of iets dergelijks te maken, maar je hoeft ze ook niet de grond in te stampen. Dat hebben mijn ouders regelmatig tegen elkaar gezegd. En dat is ook zo. Mijn vader was niet perfect, maar hij was voor mij wel de perfecte vader. Streng doch rechtvaardig, altijd voor ons klaarstaan, nooit te beroerd om iets voor ons te doen en altijd bereid om zijn kennis met ons te delen. Ik denk nu regelmatig aan de periode dat hij ziek was, maar nog vaker aan de periode daarvoor. Mijn vader was namelijk meer dan alleen zijn ziekte. Wat blijft het soms nog onwerkelijk dat hij er echt niet meer is. Dat gevoel zal vast gaan slijten. Heel af en toe droom ik dat hij er nog is. Uit zo’n droom word ik altijd erg verdrietig wakker. Die dromen zullen ooit wel minder vaak voorkomen. In die dromen laat ik mijn vader in ieder geval vol trots zijn jongste kleinzoon zien.
