vrijdag 9 februari 2018

Een kinderwens... en dan? (2)

Eind november vorig jaar schreef ik een eerste blog over onze kinderwens en hoe de eerste periode na het stoppen met de pil voor ons is verlopen. Daarmee eindigde ik dat ik na een zware tijd vol langdurige menstruaties weer was begonnen met de pil.

Met de gynaecoloog had ik afgesproken dat ik een paar maanden deze medicatie zou slikken voordat ik opnieuw zou stoppen om te kijken hoe mijn lichaam dan zou reageren. In mei 2016 begon ik weer met het idee dat ik na onze vakantie naar Kroatië (in september) weer zou stoppen. De langdurige menstruatieperiode had mij toch angstiger gemaakt dan ik aanvankelijk had verwacht. Ik durfde niet te stoppen uit angst dat alles opnieuw zou beginnen en dit weer zo lang zou gaan duren. Het stond me nog zo helder voor ogen dat ik het begon uit te stellen en excuses begon te zoeken. “Ja maar... dan hebben we een dagje weg gepland, dan wil ik niet ongesteld zijn.” “Ja maar... dan heb ik een belangrijke schrijfopdracht voor de krant...” “Met de feestdagen is het helemaal niet handig om ongesteld te zijn.” Het duurde uiteindelijk tot januari 2017 voordat ik weer durfde te stoppen.

Zou het dan echt...?
Er volgde een ietwat vervelende menstruatie die na een weekje stopte. Dat was een prima begin. Nu was het de vraag wanneer de volgende zou komen. Dat bleek een week of vijf later te zijn en die hield na vijf (heftige) dagen op. Zou het dan echt...? Zou mijn cyclus gewoon op gang komen? Of ben ik over vijf dagen weer ongesteld? Beide vragen bleek ik later ontkennend te kunnen antwoorden. Ik werd niet meer ongesteld, maar mijn cyclus kwam ook niet op gang. Ergens hoopte ik dat ik meteen zwanger was geraakt, maar de vele testen bleven helaas negatief.

Uiteindelijk zijn we weer naar de huisarts gegaan, die ons meteen doorverwees naar het ziekenhuis. Gelukkig naar een andere afdeling dan waar we in 2016 geweest waren, want ik wilde absoluut niet meer naar die gynaecoloog. We kregen een lange vragenlijst om in te vullen, waarbij ik apart mijn hele verhaal van 2016 bijvoegde. En begin mei konden we in het ziekenhuis terecht. De gynaecoloog was heel aardig en begripvol. Ze had al meteen een idee wat er aan de hand zou kunnen zijn. Met haar sprak ik af dat ik hulp ging zoeken bij het afvallen (door middel van een diëtiste) en vanuit het ziekenhuis gingen zij verder onderzoeken wat er aan de hand was.

En wat bleek? Ik heb PCOS (polycysteus ovarium syndroom). Oftewel, mijn lichaam maakt zoveel eiblaasjes aan dat er amper kans is dat er eentje uit kan groeien tot een groter eitje waardoor er een eisprong plaats kan vinden. Dat resulteert erin dat je of bijna continu ongesteld bent of dat je het helemaal niet bent. Ik had beide gevallen gehad. Het kan zijn dat dit weer goedkomt als je afvalt / minder overgewicht hebt. Omdat het afvallen met hulp van de diëtiste op dat moment goed ging, sprak ik met de gynaecoloog af dat ik me drie maanden vol op het afvallen zou concentreren en daarna zouden we verder kijken.

Hormonen slikken
Na die periode bleek het afvallen heel goed te gaan; helaas bleef mijn menstruatie wel uit. Dus werd het tijd voor de volgende stap: het slikken van hormonen, te beginnen met Clomid. Na het slikken van deze hormonen werd de ontwikkeling van de eicellen steeds met interne echo's gevolgd. Soms gingen we in 1,5 week tijd drie keer naar het ziekenhuis voor zo’n echo.

De eerste serie was vijf dagen lang één pilletje. Helaas volgde er geen eisprong. De tweede serie was vijf dagen lang twee pilletjes. Helaas, ook deze keer geen eisprong. De derde serie was vijf dagen lang drie pilletjes. Ook hier volgden weer de echo's en op de eerste echo leek zowaar een eitje te groeien. Zou het dan toch goed gaan komen? Op de tweede echo was nog steeds een groeiend eitje te zien... en op de derde was niets meer te zien. De kans was groot dat deze hoeveelheid hormonen voor mij werkte. Ik liet bloed prikken om te kijken of dat inderdaad het geval was en na onze vakantie naar Londen zou ik de uitslag krijgen.

Na de vakantie belde de gynaecoloog met de uitslag: er was inderdaad een eisprong geweest. Intussen was ik nog niet ongesteld geworden en had ik (uiteraard) stiekem al een zwangerschapstest gedaan: hierop zag ik twee streepjes, waarbij het ene streepje wel heel licht was. Dit heb ik gelijk maar gevraagd aan de gynaecoloog, maar volgens haar was een streepje een streepje. De eerste hormoonkuur die aansloeg was dus meteen raak: ik was (en ben nog steeds) zwanger!

donderdag 18 januari 2018

Triangel - In het nieuws

Het zal waarschijnlijk weinig mensen zijn ontgaan dat ‘het Brabantse Dongen’ vorige week donderdag het landelijke nieuws haalde. Ik hoorde het zelf bij het nieuws op de radio toen ik in de auto zat en ik zag later dat het nieuwsbericht onder meer te lezen was op NU.nl, RTL Nieuws, Telegraaf en GeenStijl. Over de inhoud van het nieuwsbericht wil ik het verder niet hebben; juist wel over de reacties die erop kwamen. Dat geldt niet alleen specifiek voor dit nieuwsbericht, maar ook meer algemeen als er een plaats in het nieuws komt die niet iedereen kent. Daar hebben mensen vaak meteen een bepaalde mening of een soort vooroordeel over. Was dat vroeger ook al zo of is dat echt iets van deze tijd?

Nieuwsgierig als ik ben, heb ik namelijk bij de verschillende media de reacties van mensen gelezen en op social media op ‘Dongen’ gezocht. Meestal vind je in het laatste geval vooral mensen met de achternaam Van Dongen of brandweer-/politiemeldingen uit Dongen. Deze keer werd met name het bericht van GeenStijl gedeeld. En wat daar voor reacties onder stonden... Met verbazing heb ik gelezen hoe weinig mensen over Dongen weten, alhoewel sommige bedrijven uit ons dorp toch wel ver over de dorpsgrenzen bekend zijn. Jullie weten vast wel welke bedrijven ik dan bedoel. Het is logisch dat onze woonplaats niet in heel Nederland bekend is. Het is tenslotte een klein (én gezellig) dorpje in Noord-Brabant; niet een grote stad zoals ‘s-Hertogenbosch, Tilburg of Eindhoven. Ik kan niet veel dorpen uit andere provincies opnoemen en ik ken ook zeker niet alle dorpen uit onze eigen provincie. Het viel me wel op hoeveel vooroordelen er over Noord-Brabant en over dorpen heersen. Er zijn mensen die denken dat Dongen ‘een biblebelt’ is. Ook menen sommigen dat er maar een klein aantal verschillende achternamen in Brabant zijn, waardoor iedereen uiteindelijk ergens wel familie van elkaar is. Tussen alle reacties vind je verwijderde reacties, waarvan je waarschijnlijk niet eens wil weten wat er ooit gestaan heeft.

We leven nu in een tijd waarin iedereen zijn of haar mening overal en altijd lijkt te willen roepen. Natuurlijk hebben we vrijheid van meningsuiting en is het goed dat je kunt zeggen wat je wil zonder dat dat vervelende gevolgen heeft. Maar als je Twitter of Facebook tegenwoordig opent, word je soms haast bedolven onder generaliserende opmerkingen of te snel getrokken conclusies. En dat kan allemaal anoniem. Je maakt een Twitter-account aan onder een fictieve naam, gebruikt als profielfoto ook iets fictiefs en klaar is Kees (of A. Noniem). We maken ons allemaal wel eens schuldig aan vooroordelen en dergelijke, maar denken we ook wel eens aan de gevolgen die ‘een onschuldige opmerking’ kan hebben?!

Tegen de tijd dat deze Triangel in het weekblad is te lezen, is Dongen waarschijnlijk alweer uit het landelijke nieuws verdwenen en is er wel weer een ander nieuwsbericht dat ‘hot news’ is. Want dat is ook een kenmerk van deze tijd: de vluchtigheid van nieuws. Iets dat op een ochtend nog nieuws was, kan in de middag alweer ondergesneeuwd zijn door iets anders.


Deze Triangel verscheen in Weekblad Dongen, 18 januari 2018

donderdag 28 december 2017

Triangel - Cake en collega’s

Men neme: een collega, een inkijkje in zijn dagelijkse leven, zijn rare ontbijtgewoonten én een ietwat afwijkende stoelgang. Pardon? Ja, je leest het goed. Laatst kreeg deze collega het voor elkaar om alle bovenstaande onderwerpen in één gesprek aan te halen. Als je hem kent, is het vast een leuk persoon, maar… je moet er in het begin wel even aan wennen, zullen we maar zeggen.

Op een doorsnee woensdagochtend kwam hij al wat verwilderd binnen op de redactie, want meneer repeteert altijd dinsdags. Hij zit in een band als gitarist, gaat elke dinsdagavond tot te laat door en houdt heel erg van de derde helft of zoiets. In de praktijk betekent dat op woensdagochtend dat hij tot een uur of tien stilletjes achter zijn bureau aan het werk is en af en toe een soort grommend geluid maakt als iets niet goed lukt. Hij moest nog ontbijten, want de vette worst en de chips van zes krappe uurtjes eerder lagen toen-ie opstond nog te vervelen in zijn maag. Iedere week denk ik weer dat hij op woensdagochtend dan wel een licht en gezond ontbijt neemt.

Niet dus. Doodleuk haalde hij uit het folie een marsepein-achtig staafje eruit en uit een ander folie-papiertje een plak cake. Een dikke plak cake welteverstaan. “Dat ene is een lübecker Martin,” zei ik. “Een watte?” Voor ik het goed en wel had uitgelegd, had ‘Martin’ dat zoete ding al achter z’n kiezen. De plak cake vervolgens idem. Gevolgd door vier slokken koffie. Hij kon er weer tegenaan… in ieder geval voor een uurtje.

Niet alleen op woensdagochtend heeft mijn college allerlei soorten eten bij. Nee, dat geldt voor alle dagen van de week. Als ik al ruim een half uur teksten aan het redigeren ben, komt ‘Martin’ binnen en wandelt op zijn gemak naar zijn bureau. Het eerste dat hij dan doet – nog voordat hij zijn computer opstart – is zijn plastic tasje met eten leeghalen. De eerste weken dat ik naast hem zat, heb ik vol verbazing gekeken hoeveel er uit dat tasje kan komen. Allerlei pakketjes in aluminiumfolie met de meest uiteenlopende zaken erin. De lübecker van laatst was overigens wel een van de meest bijzondere zaken die hij het afgelopen jaar in mijn bijzijn heeft gegeten. Maar wat ik nog het meest verbazingwekkend vond (én vindt). Nog voordat ik tegen kwart over twaalf aan mijn boterhammetjes met kaas uit mijn nieuwe Minion-broodtrommel begin, heeft ‘Martin’ al zijn eten op. Echt alles is meestal tegen elf uur al opgegeten. En je vraagt je af waar hij het laat, aangezien je aan de buitenkant niet aan hem ziet dat hij graag eet. Heel graag eet zelfs.

Nu vraag je je misschien nog af wat een ietwat afwijkende stoelgang met dit alles te maken heeft. Tja, je hebt van die dagen dat je collega’s meer informatie met je delen dan je zou willen. En op die dagen helpt het meestal niet eens als je zegt dat je echt niet álles van iemand hoeft te weten. Die details zal ik je verder besparen. Ach, een collega als ‘Martin’ naast je zorgt er wel voor dat je werkdagen over het algemeen vrij afwisselend verlopen. En het zorgt er ook wel eens voor dat je de neiging hebt om een tomaatje naar zijn hoofd te gooien. Maar dat is weer een heel ander verhaal… Wie weet volgt dat nog eens in het nieuwe jaar. Voor nu wens ik jullie een fijne jaarwisseling en een gezond en gezellig 2018 toe!


Deze Triangel verscheen in Weekblad Dongen, 28 december 2017