Op een doorsnee woensdagochtend kwam hij al wat verwilderd binnen op de redactie, want meneer repeteert altijd dinsdags. Hij zit in een band als gitarist, gaat elke dinsdagavond tot te laat door en houdt heel erg van de derde helft of zoiets. In de praktijk betekent dat op woensdagochtend dat hij tot een uur of tien stilletjes achter zijn bureau aan het werk is en af en toe een soort grommend geluid maakt als iets niet goed lukt. Hij moest nog ontbijten, want de vette worst en de chips van zes krappe uurtjes eerder lagen toen-ie opstond nog te vervelen in zijn maag. Iedere week denk ik weer dat hij op woensdagochtend dan wel een licht en gezond ontbijt neemt.
Niet dus. Doodleuk haalde hij uit het folie een marsepein-achtig staafje eruit en uit een ander folie-papiertje een plak cake. Een dikke plak cake welteverstaan. “Dat ene is een lübecker Martin,” zei ik. “Een watte?” Voor ik het goed en wel had uitgelegd, had ‘Martin’ dat zoete ding al achter z’n kiezen. De plak cake vervolgens idem. Gevolgd door vier slokken koffie. Hij kon er weer tegenaan… in ieder geval voor een uurtje.
Niet alleen op woensdagochtend heeft mijn college allerlei soorten eten bij. Nee, dat geldt voor alle dagen van de week. Als ik al ruim een half uur teksten aan het redigeren ben, komt ‘Martin’ binnen en wandelt op zijn gemak naar zijn bureau. Het eerste dat hij dan doet – nog voordat hij zijn computer opstart – is zijn plastic tasje met eten leeghalen. De eerste weken dat ik naast hem zat, heb ik vol verbazing gekeken hoeveel er uit dat tasje kan komen. Allerlei pakketjes in aluminiumfolie met de meest uiteenlopende zaken erin. De lübecker van laatst was overigens wel een van de meest bijzondere zaken die hij het afgelopen jaar in mijn bijzijn heeft gegeten. Maar wat ik nog het meest verbazingwekkend vond (én vindt). Nog voordat ik tegen kwart over twaalf aan mijn boterhammetjes met kaas uit mijn nieuwe Minion-broodtrommel begin, heeft ‘Martin’ al zijn eten op. Echt alles is meestal tegen elf uur al opgegeten. En je vraagt je af waar hij het laat, aangezien je aan de buitenkant niet aan hem ziet dat hij graag eet. Heel graag eet zelfs.
Nu vraag je je misschien nog af wat een ietwat afwijkende stoelgang met dit alles te maken heeft. Tja, je hebt van die dagen dat je collega’s meer informatie met je delen dan je zou willen. En op die dagen helpt het meestal niet eens als je zegt dat je echt niet álles van iemand hoeft te weten. Die details zal ik je verder besparen. Ach, een collega als ‘Martin’ naast je zorgt er wel voor dat je werkdagen over het algemeen vrij afwisselend verlopen. En het zorgt er ook wel eens voor dat je de neiging hebt om een tomaatje naar zijn hoofd te gooien. Maar dat is weer een heel ander verhaal… Wie weet volgt dat nog eens in het nieuwe jaar. Voor nu wens ik jullie een fijne jaarwisseling en een gezond en gezellig 2018 toe!
Deze Triangel verscheen in Weekblad Dongen, 28 december 2017
Geen opmerkingen:
Een reactie posten