donderdag 18 januari 2018

Triangel - In het nieuws

Het zal waarschijnlijk weinig mensen zijn ontgaan dat ‘het Brabantse Dongen’ vorige week donderdag het landelijke nieuws haalde. Ik hoorde het zelf bij het nieuws op de radio toen ik in de auto zat en ik zag later dat het nieuwsbericht onder meer te lezen was op NU.nl, RTL Nieuws, Telegraaf en GeenStijl. Over de inhoud van het nieuwsbericht wil ik het verder niet hebben; juist wel over de reacties die erop kwamen. Dat geldt niet alleen specifiek voor dit nieuwsbericht, maar ook meer algemeen als er een plaats in het nieuws komt die niet iedereen kent. Daar hebben mensen vaak meteen een bepaalde mening of een soort vooroordeel over. Was dat vroeger ook al zo of is dat echt iets van deze tijd?

Nieuwsgierig als ik ben, heb ik namelijk bij de verschillende media de reacties van mensen gelezen en op social media op ‘Dongen’ gezocht. Meestal vind je in het laatste geval vooral mensen met de achternaam Van Dongen of brandweer-/politiemeldingen uit Dongen. Deze keer werd met name het bericht van GeenStijl gedeeld. En wat daar voor reacties onder stonden... Met verbazing heb ik gelezen hoe weinig mensen over Dongen weten, alhoewel sommige bedrijven uit ons dorp toch wel ver over de dorpsgrenzen bekend zijn. Jullie weten vast wel welke bedrijven ik dan bedoel. Het is logisch dat onze woonplaats niet in heel Nederland bekend is. Het is tenslotte een klein (én gezellig) dorpje in Noord-Brabant; niet een grote stad zoals ‘s-Hertogenbosch, Tilburg of Eindhoven. Ik kan niet veel dorpen uit andere provincies opnoemen en ik ken ook zeker niet alle dorpen uit onze eigen provincie. Het viel me wel op hoeveel vooroordelen er over Noord-Brabant en over dorpen heersen. Er zijn mensen die denken dat Dongen ‘een biblebelt’ is. Ook menen sommigen dat er maar een klein aantal verschillende achternamen in Brabant zijn, waardoor iedereen uiteindelijk ergens wel familie van elkaar is. Tussen alle reacties vind je verwijderde reacties, waarvan je waarschijnlijk niet eens wil weten wat er ooit gestaan heeft.

We leven nu in een tijd waarin iedereen zijn of haar mening overal en altijd lijkt te willen roepen. Natuurlijk hebben we vrijheid van meningsuiting en is het goed dat je kunt zeggen wat je wil zonder dat dat vervelende gevolgen heeft. Maar als je Twitter of Facebook tegenwoordig opent, word je soms haast bedolven onder generaliserende opmerkingen of te snel getrokken conclusies. En dat kan allemaal anoniem. Je maakt een Twitter-account aan onder een fictieve naam, gebruikt als profielfoto ook iets fictiefs en klaar is Kees (of A. Noniem). We maken ons allemaal wel eens schuldig aan vooroordelen en dergelijke, maar denken we ook wel eens aan de gevolgen die ‘een onschuldige opmerking’ kan hebben?!

Tegen de tijd dat deze Triangel in het weekblad is te lezen, is Dongen waarschijnlijk alweer uit het landelijke nieuws verdwenen en is er wel weer een ander nieuwsbericht dat ‘hot news’ is. Want dat is ook een kenmerk van deze tijd: de vluchtigheid van nieuws. Iets dat op een ochtend nog nieuws was, kan in de middag alweer ondergesneeuwd zijn door iets anders.


Deze Triangel verscheen in Weekblad Dongen, 18 januari 2018

donderdag 28 december 2017

Triangel - Cake en collega’s

Men neme: een collega, een inkijkje in zijn dagelijkse leven, zijn rare ontbijtgewoonten én een ietwat afwijkende stoelgang. Pardon? Ja, je leest het goed. Laatst kreeg deze collega het voor elkaar om alle bovenstaande onderwerpen in één gesprek aan te halen. Als je hem kent, is het vast een leuk persoon, maar… je moet er in het begin wel even aan wennen, zullen we maar zeggen.

Op een doorsnee woensdagochtend kwam hij al wat verwilderd binnen op de redactie, want meneer repeteert altijd dinsdags. Hij zit in een band als gitarist, gaat elke dinsdagavond tot te laat door en houdt heel erg van de derde helft of zoiets. In de praktijk betekent dat op woensdagochtend dat hij tot een uur of tien stilletjes achter zijn bureau aan het werk is en af en toe een soort grommend geluid maakt als iets niet goed lukt. Hij moest nog ontbijten, want de vette worst en de chips van zes krappe uurtjes eerder lagen toen-ie opstond nog te vervelen in zijn maag. Iedere week denk ik weer dat hij op woensdagochtend dan wel een licht en gezond ontbijt neemt.

Niet dus. Doodleuk haalde hij uit het folie een marsepein-achtig staafje eruit en uit een ander folie-papiertje een plak cake. Een dikke plak cake welteverstaan. “Dat ene is een lübecker Martin,” zei ik. “Een watte?” Voor ik het goed en wel had uitgelegd, had ‘Martin’ dat zoete ding al achter z’n kiezen. De plak cake vervolgens idem. Gevolgd door vier slokken koffie. Hij kon er weer tegenaan… in ieder geval voor een uurtje.

Niet alleen op woensdagochtend heeft mijn college allerlei soorten eten bij. Nee, dat geldt voor alle dagen van de week. Als ik al ruim een half uur teksten aan het redigeren ben, komt ‘Martin’ binnen en wandelt op zijn gemak naar zijn bureau. Het eerste dat hij dan doet – nog voordat hij zijn computer opstart – is zijn plastic tasje met eten leeghalen. De eerste weken dat ik naast hem zat, heb ik vol verbazing gekeken hoeveel er uit dat tasje kan komen. Allerlei pakketjes in aluminiumfolie met de meest uiteenlopende zaken erin. De lübecker van laatst was overigens wel een van de meest bijzondere zaken die hij het afgelopen jaar in mijn bijzijn heeft gegeten. Maar wat ik nog het meest verbazingwekkend vond (én vindt). Nog voordat ik tegen kwart over twaalf aan mijn boterhammetjes met kaas uit mijn nieuwe Minion-broodtrommel begin, heeft ‘Martin’ al zijn eten op. Echt alles is meestal tegen elf uur al opgegeten. En je vraagt je af waar hij het laat, aangezien je aan de buitenkant niet aan hem ziet dat hij graag eet. Heel graag eet zelfs.

Nu vraag je je misschien nog af wat een ietwat afwijkende stoelgang met dit alles te maken heeft. Tja, je hebt van die dagen dat je collega’s meer informatie met je delen dan je zou willen. En op die dagen helpt het meestal niet eens als je zegt dat je echt niet álles van iemand hoeft te weten. Die details zal ik je verder besparen. Ach, een collega als ‘Martin’ naast je zorgt er wel voor dat je werkdagen over het algemeen vrij afwisselend verlopen. En het zorgt er ook wel eens voor dat je de neiging hebt om een tomaatje naar zijn hoofd te gooien. Maar dat is weer een heel ander verhaal… Wie weet volgt dat nog eens in het nieuwe jaar. Voor nu wens ik jullie een fijne jaarwisseling en een gezond en gezellig 2018 toe!


Deze Triangel verscheen in Weekblad Dongen, 28 december 2017

donderdag 7 december 2017

Triangel - Sinterklaas en Zwarte Piet

Zwarte Piet ging uit fietsen,
toen klapte zijn band.
Hij moest toen gaan lopen,
met de fiets aan zijn hand.
Toen kwam hij in ‘n dorpje,
en zei tegen de smid:
“Ik geloof dat er in mijn achterband
een pepernootje zit.”

Dit is één van mijn favoriete Sinterklaasliedjes. Als kind vond ik het al een geweldig nummer. Ik zag het helemaal voor me hoe Zwarte Piet een lekke band kreeg door een pepernoot. Tegelijkertijd vroeg ik me af hoe hij dat voor elkaar had gekregen. Zo hard zijn pepernoten niet… behalve als je ze heel lang buiten de koektrommel bewaart. Dit liedje zong ik vaak vanaf het moment dat Sinterklaas in Nederland aankwam totdat hij weer naar Spanje ging. Ook als volwassene zing ik het nog wel eens. Het blijft tenslotte een leuk liedje.
De afgelopen tijd is dit liedje volop gezongen door kinderen, hun ouders, grootouders en wie weet nog meer allemaal. Dat geldt ook voor de vele andere Sinterklaasliedjes die we hebben, zoals ‘Zie ginds komt de stoomboot’, ‘Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht’ en ‘Daar wordt aan de deur geklopt’. Kinderen met gespannen gezichtjes zetten ’s avonds hun schoentje bij de schoorsteen met een mooie tekening erin en een wortel voor het paard erbij. Wat zou er de volgende ochtend in mijn schoentje te vinden zijn? En het hoogtepunt van de Sinterklaasperiode is natuurlijk Pakjesavond. De een vierde dat het weekend voorafgaand aan 5 december en de ander op 5 december zelf. De Sinterklaasperiode is gewoon een heerlijke tijd.

Wat is het dan jammer dat de discussie rondom Zwarte Piet ieder jaar weer opkomt. Is het racisme of niet? Moet Piet in zijn oude, vertrouwde outfit blijven of heeft hij een nieuw uiterlijk nodig? Ik denk dat wij als volwassenen ons er veel drukker om maken dan kinderen ooit zullen doen. Wij zijn opgegroeid met Zwarte Piet, maar ook die Piet zag er niet meer exact hetzelfde uit als de Piet waarmee onze (groot)ouders zijn opgegroeid. En hebben wij daar ooit iets van gemerkt? Ik kan me niet herinneren dat ik tegen mijn ouders gezegd heb dat ik Piet er maar raar of anders uit vond zien. Soms vond ik het wel spannend om een Pietje zomaar ergens te zien lopen, maar dat gold ook voor Sinterklaas. Als je klein bent, maakt het veel indruk om de Goedheiligman en zijn Pietjes in het echt te zien. Daarbij maakt het volgens mij echt niet uit of welke kleur Pietje heeft. Een Zwarte Piet of een Roetveegpiet kan toch gewoon allebei? De kinderen uit mijn omgeving die bijvoorbeeld naar het Sinterklaasjournaal kijken, gaan helemaal op in het verhaal. Komt Sinterklaas wel op tijd aan in Nederland? Kunnen alle pakjes mee op de stoomboot? Hoeveel pepernoten gaan de Pietjes dit jaar uitdelen? Dat zijn veel belangrijkere zaken om je mee bezig te houden.

Ik hoop dat iedereen een gezellige Sinterklaastijd achter de rug heeft met prachtige surprises, mooie gedichten, leuke cadeautjes, lekker eten en vooral met veel gezelligheid samen. Dan kunnen we ons nu allemaal gaan klaarmaken voor de Kerstdagen. En zeg eens eerlijk… wie heeft er al een Kerstboom in huis staan?


Deze Triangel verscheen in Weekblad Dongen, 7 december 2017